Prinsjesdag geeft ieder jaar een eerste beeld van de plannen en financiële maatregelen voor het komende jaar. Ook voor 2027 staan er verschillende veranderingen op de agenda die relevant zijn voor jou als financieel adviseur en je klanten.
In dit artikel zetten we de belangrijkste punten op een rij en lichten we toe wat deze ontwikkelingen kunnen betekenen voor jouw advies . De plannen zijn nog niet definitief en kunnen tijdens de behandeling door de Tweede en Eerste Kamer nog wijzigen.
1. Koopplannen voor beleggers
Koopt een klant een woning voor verhuur? Dan is een lager tarief voor de overdrachtsbelasting voorgesteld: 7 procent in plaats van 8 procent vanaf 2027. Controleer wel of de maatregel definitief wordt en reken met het juiste tarief voor de situatie van de klant.
2. Woningcorporaties en woningaanbod
Extra fiscale ruimte kan woningcorporaties op termijn helpen bij nieuwbouw en verduurzaming. Het effect is niet direct zichtbaar in het woningaanbod en leidt niet automatisch tot lagere woningprijzen of meer beschikbare woningen.
3. Woningbouw en infrastructuur
Het kabinet trekt jaarlijks €425 miljoen uit voor maatregelen die woningcorporaties moeten helpen meer woningen te bouwen. Daarnaast komt €1,5 miljard eenmalig en €300 miljoen structureel beschikbaar voor infrastructuur. Deze investeringen kunnen de woningbouw en gebiedsontwikkeling op termijn ondersteunen, maar bieden geen garantie op lagere woningprijzen. Kijk bij de beoordeling van een klant daarom vooral naar inkomen, rente, woningprijs en lokaal woningaanbod.
4. Box 3 blijft onzeker
Voor spaargeld, beleggingen, een tweede woning en verhuurd vastgoed is de fiscale uitkomst nog niet definitief. Het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement moet nog verder worden uitgewerkt en door beide Kamers worden behandeld. Trek dus geen definitieve conclusie uit de plannen van Prinsjesdag.
5. Wijzigingen in inkomen en belastingdruk
Het kabinet stelt voor om de arbeidskorting met €173 te verhogen. Ook dalen de tarieven in de eerste en tweede belastingschijf met 0,06 procentpunt. Daar staat een verlaging van de ouderenkorting met €100 tegenover. De inkomensgrens voor het hoogste belastingtarief wordt niet aangepast, waardoor sommige hogere inkomens eerder met dat tarief te maken krijgen.
Deze wijzigingen beïnvloeden vooral het netto besteedbare inkomen. Ze leiden niet automatisch tot een ander toetsinkomen of een hogere maximale hypotheek. Bespreek met werkenden het mogelijke effect van de hogere arbeidskorting en kijk bij senioren juist naar de lagere ouderenkorting. Een nieuwe berekening blijft nodig om de gevolgen voor de betaalbaarheid van de woonlasten vast te stellen.
6. AOW en sociale zekerheid
De AOW-leeftijd wordt niet direct één-op-één aan de levensverwachting gekoppeld en enkele wijzigingen in de sociale zekerheid worden uitgesteld. Bespreek bij oudere klanten vooral de gevolgen voor inkomen, pensioen en de betaalbaarheid op langere termijn.
7. Ondernemers: kijk vooruit
De startersaftrek en enkele andere fiscale voordelen worden volgens de plannen vanaf 2028 of 2029 beperkt. Bij ondernemers kan dat het besteedbare inkomen en de fiscale winst raken. Neem toekomstige wijzigingen mee bij een hypotheekaanvraag en bij het herzien van bestaande financiering.
8. Hogere inkomens en pensioenopbouw
Voor inkomens vanaf €137.800 wordt de fiscale ruimte voor pensioenopbouw vanaf 2027 beperkt. De grens wordt zes jaar bevroren, terwijl die normaal zou kunnen meestijgen met lonen en prijzen. Pensioenopbouw tot €137.800 blijft fiscaal gefaciliteerd; over het inkomen daarboven kan minder gunstig pensioen worden opgebouwd. Bespreek met klanten met een hoger inkomen wat dit betekent voor hun pensioeninleg en toekomstige inkomensbehoefte.
Conclusie
De kern voor de adviseur: vertaal de plannen niet direct naar een advies. Bespreek wat al vaststaat, wat nog onzeker is en welke berekening opnieuw moet worden gemaakt zodra de wetgeving definitief is.